Peilingwijzer update 2 april 2026
Dit is de eerste update van de Peilingwijzer sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2025. Er zijn namelijk voldoende peilingen nodig om het model van de Peilingwijzer te kunnen berekenen.
In deze Peilingwijzer zien we PRO (GroenLinks-PvdA) met 14 tot 17 procent als één van de grootste partijen. Het verschil met D66 (12% tot 15%) is zo klein dat we niet met zekerheid kunnen zeggen welke van de twee partijen groter is. De VVD staat op 11 tot 14 procent, vergelijkbaar met de PVV op 10% tot 14%. Het CDA staat op 9% tot 12%.
Daarna volgen JA21 (8% tot 11%) en FvD (6% tot 9%), beide duidelijk hoger dan hun score bij de laatste verkiezingen. Alle andere partijen volgen op afstand.
De Peilingwijzer geeft een beeld van de huidige stemintenties van kiezers, maar uiteraard kan er nog van alles veranderen tot aan de volgende Tweede Kamerverkiezingen.
Peilingwijzer, op basis van peilingen van Ipsos I&O en Verian/EenVandaag
Meest recente schatting van de Peilingwijzer met boven- en ondergrens van de onzekerheidsmarge.
Laatst bijgewerkt: 02-04-2026. Publicatiedatum meest recente peiling: 31-03-2026 (start veldwerk: 27-03, einde veldwerk: 30-03, midden veldwerk: 29-03).
De Peilingwijzer combineert de bestaande zetelpeilingen van Ipsos I&O & Verian/EenVandaag tot één inschatting van de stemintenties van kiezers. De meest recente peiling die in deze Peilingwijzer is verwerkt, werd gehouden tussen 27-03 en 30-03. De Peilingwijzer geeft dus een beeld van de kiezersvoorkeuren in die periode.
U kunt op deze website meer lezen over de gebruikte methode en veel gestelde vragen.
Bij overname van deze cijfers de bron “Peilingwijzer, o.b.v. peilingen Ipsos I&O en Verian/EenVandaag” vermelden.
De Peilingwijzer wordt vanaf deze update geschat met behulp van het programma STAN, dat ons in staat stelt om het achterliggende statistische model van de Peilingwijzer te berekenen. In het verleden werd hier JAGS voor gebruikt, maar dat wordt niet meer actief ontwikkeld. De resultaten van de twee methoden zijn vergelijkbaar, al kunnen er kleine verschillen optreden omdat beide methoden zijn gebaseerd op simulaties, waardoor de uitkomst een heel klein beetje anders kan zijn als het model opnieuw wordt geschat. In de praktijk gaat het om minime verschillen van minder dan 0,2 procentpunt; dat zijn verschillen waaraan je bij peilingen sowieso geen conclusies kan verbinden.